De Boodschap van Lourdes

18 februari 1858: buitengewone woorden

Het tweede woord van de Maagd Maria verwart Bernadette: “Wilt u zo goed zijn voor mij om gedurende twee weken naar hier te komen?” Het is de eerste keer dat iemand Bernadette met “u” aanspreekt. Zich gerespecteerd en bemind voelend, ervaart Bernadette dat ze als mens wordt erkend. Wij zijn allen waardig in Gods ogen, want elk van ons wordt door God bemind. Het derde woord van Maria: “Ik beloof beloof u niet u gelukkig te maken in deze wereld maar in de andere.” Wanneer Jezus, in het Evangelie, ons uitnodigt tot het ontdekken van het Rijk der hemelen, dan nodigt Hij ons uit “een andere wereld” te ontdekken in de wereld zoals hij is. Waar Liefde is, daar is God. De Maagd Maria brengt aan Bernadette de boodschap over van de zekerheid van een beloofde land, die alleen maar bereikt kan worden over de dood heen.

God is Liefde

Ondanks haar ellende, ziekte en gebrek aan vorming is Bernadette altijd diep gelukkig geweest. Dat is het Rijk van God, de wereld van de ware Liefde. Tijdens de eerste zeven verschijningen van Maria toonde Bernadette een gezicht, stralend van vreugde, geluk en licht. Maar tussen de achtste en de twaalfde verschijning verandert alles.: het gezicht van Bernadette wordt hard, verdrietig, pijnlijk en vooral, zij stelt onbegrijpelijke gebaren… Op de knieën kruipen tot achteraan de Grot; de vuile en vieze grond van die Grot kussen, eten van zure kruiden; in de bodem krabben en proberen wat modderig water te drinken; zich het gezicht met modder insmeren. Bernadette kijkt daarna naar de menigte en allen zeggen: “Zij is gek”. Gedurende vier verschijningen herhaalt Bernadette die gebaren. Wat betekent dat? Niemand heeft iets begrepen! En toch staan wij in de kern van de “Boodschap van Lourdes”.

De bijbelse betekenis van de verschijningen

De gebaren van Bernadette zijn Bijbelse gestes.  Bernadette drukt de Menswording, het Lijden en de Dood van Christus uit. Op de knieën kruipen tot achteraan de Grot: het is het teken van de menswording, de vernedering van God die mens wordt. De zure kruiden eten herinnert aan de Joodse traditie die men in de oude teksten terugvindt. Het gezicht met modder insmeren: wanneer de profeet Jesaja over de Christus spreekt, dan toont hij de trekken van de Lijdende Dienaar.

De Grot verbergt een onmetelijke schat

Bij de negende verschijning vraagt “de Dame” aan Bernadette in de bodem te krabben, zeggend: “Ga drinken aan de bron en was u er.” Door deze gebaren wordt het mysterie zelf van het hart van Christus onthuld: “Een soldaat doorsteekt het hart en onmiddellijk stroomt er bloed en water uit.” Het hart van de mens, door de zonde gekwetst, wordt door het kruid en de modder aangeduid. Maar op de bodem van het hart is er het leven van God zelf, aangeduid door de bron. Men vraagt aan Bernadette: “Heeft “de dame” je iets gezegd?” Zij antwoordt: “Ja, af en toe zegt ze: “Boete, boete, boete. Bid voor de zondaars”. “Boete” moet verstaan worden als “bekering”. Voor de Kerk betekent de bekering, zoals Jezus het ons leerde, zijn hart te keren naar God en naar zijn medemensen. Bij de dertiende verschijning richt Maria zich tot Bernadette: “Ga aan de priesters zeggen dat men hier een kapel moet bouwen en dat men in processie naar hier moet komen.” “In processie komen” betekent dat men in dit leven altijd met zijn medemensen moet opstappen. “Een kapel bouwen”: er werden in Lourdes kapellen gebouwd, om de menigte pelgrims te ontvangen. De kapel, dat is “de Kerk” die we moeten bouwen, daar waar we aanwezig zijn.

De Dame zegt haar naam: “Que soy era Immaculada Counceptiou”

Op 25 maart 1858, bij de zestiende verschijning, vraagt Bernadette aan “de Dame” haar naam te zeggen. Zij antwoordt in de streektaal: “Que soy era Immaculada Councepciou”, in het Nederlands: “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis”. De Onbevlekte Ontvangenis is Maria, zonder zonde ontvangen, dank zij de verdiensten van het Kruis van Christus (definitie van het dogma uit 1854). Bernadette trekt onmiddellijk naar de pastoor om de naam van “de Dame” over te brengen. Hij begrijpt dat het de Moeder van God is die bij de Grot verschijnt. Later zal de bisschop van Lourdes, Mgr. Laurence, deze openbaring voor echt verklaren.

Allen geroepen om onbevlekt te worden

De ondertekening van de Boodschap – wanneer de dame haar naam zegt – komt na drie weken verschijningen en drie weken stilte (van 4 tot 25 maart). 25 maart is de dag van het Feest van de Aankondiging, van het “ontvangen” van Jezus in de schoot van Maria. De Dame van de Grot zegt haar roeping: zij is de moeder van Jezus, heel haar bestaan is het ontvangen van de Zoon van God, zij is alles voor Hem. Daarom is zij onbevlekt, door God bewoond. Zo moeten de Kerk en elke christen zich door God laten bewonen om onbevlekt, helemaal vergeven en begenadigd te zijn, zodat ook zij getuigen van God zijn.