Bijlage De bron ontspringt uit de modder

“O armoede, bron van rijkdom… Jezus, geef ons het hart van een arme!”
(Refrein van Taizé)

Bijlage De bron ontspringt uit de modder

R/ Gaande weg, Bernadette, komen wij terecht in hemels licht !

C.2- Ga met ons mee, Je zag haar stralende gelaat.
Haar glimlach gunt de zondaars weer een nieuw begin ! R/

C.3- Ga met ons mee en toon het water van de bron
en leid ons naar de wonde van het god’-lijk Lam! R/

(Een verwijzing naar de eerste verschijning.)

11 februari 1858. Bernadette, dochter uit een arme familie, weet het nog niet, maar ze wordt
verwacht. Wanneer zij bij het zwarte gat van de rots aankomt en halt moet houden omdat zij haar
voeten niet in het ijskoude water mag steken, hoort zij “het geluid als van een windstoot”, en ziet
dan een licht dat de vorm van een gezicht krijgt: een jonge dame “zo jong en zo klein als ikzelf”
vertelt ze later.

Het is het begin van een reeks ontmoetingen, geplaatst onder het teken van het kruis, een mooi
kruisteken dat de Dame maakte, “in de naam van de Vader, van de Zoon en van de heilige Geest”: het
mysterie van een God, een en al liefde, die zich openbaart door de dood aan een Kruis, het mysterie
van een liefde die de dood overwint.

God opent zijn hart en nodigt ons door Maria hier uit voor een nieuwe stroom van liefde en leven,die
stroomt uit de open zijde van Christus op het kruis.

In de naam van de Vader, van de Zoon en van de heilige Geest. AMEN.

(Eerste etappe. De vreugde van de ontmoeting.)

Onze God is familie en wil met de liefde de door de zonde verspreide mensen weer als één familie
bijeenbrengen. Men kent elkaar niet, men is niet van dezelfde leeftijd, van dezelfde klasse… Onze
verschillen worden gedeelde rijkdom.

“Wilt u zo goed voor mij zijn om gedurende twee weken naar hier te komen?” Het was de eerste
persoon die me met “u” aansprak, de eerste ongetwijfeld om haar een gunst te vragen (Bernadette
moest altijd vragen, nu kan ze eindelijk geven.) “Zij keek naar mij zoals een mens een andere mens
aanspreekt.”
Zo eenvoudig… en zo zelden.

Bernadette belooft te komen. En de jonge Dame doet op haar beurt een belofte: “Ik beloof u niet u
gelukkig te maken in deze wereld, maar in de andere.” Bernadette zal de wereld van de liefde
ontdekken, waar zelfs het lijden het geluk niet belet. Een moeilijk leven, de kwetsuren van het lichaam, de geest of het hart, zelfs de zonde kunnen ons toelaten ons te enten op het door de liefde
gekwetste Hart van Jezus.

Wij zijn uitgenodigd een teken te stellen als een broederlijke groet, in de genade van de
ontmoeting tussen Maria en Bernadette: “Zij keek naar mij zoals een mens een andere mens
aanspreekt.

LIED (van het jaarthema 2019)

1- Welzalig die arm zijt
want uw hart opent zich voor de Heer.
Zoon Jezus werd mens met ons,
Hij is Liefde en Hoop voor elkeen.

R/ Wees verheugd en zing, en jubel blijgezind, uw vreugde in de hemel zal volkomen zijn
! (bis)

2- Welzalig die arm zijt
want Maria aanhoort uw gebed.
Ten beste spreekt Zij voor u,
dat de Vader de Geest tot u zendt.

(Tweede etappe. Operatie waarheid)
De liefde kan zich niet op zichzelf terugplooien. Bernadette wordt weldra uitgenodigd aan de bron te
drinken en zich te wassen. Daarvoor moet ze achteraan de Grot in de modder krabben, tot zij een
beetje water vindt dat ze met tegenzin naar haar mond brengt, en waarbij ze haar gezicht vuil maakt.
Zij kust de grond en eet een beetje van het wilde kruid. Iedereen denk dat ze gek geworden is!

Maar ze zal het uitleggen. De Dame was zo verdrietig! Men zou hebben gezegd dat ze alle ellende
van de wereld droeg. Ze zei me: “Boete! Boete! Boete!… voor de zondaars! De zondaars! De mensen
die de band doorknipten waarmee ze recht bleven, en als dieren op hun vier poten vallen, die
onkruid eten en zich in de modder wentelen!

In ons eigen leven, in het leven van onze medemensen, in het leven van de Kerk en van de wereld,
ervaren we zoveel lijden! De ergste pijn is deze die onze harten verstikt en ze niet langer in staat stelt
lief te hebben: het is de ellende van de zonde, die God is komen genezen door ons de tederheid van
Maria te geven.

Wij hebben geen schrik meer van de modder, want onder de modder is er modder meer, er is de
bron. Onderaan de zonde is het geen zonde meer maar barmhartigheid, en vergeving. God Liefde is
niet vergeten dat Hij ons zei: “Ik doop je”. Nu komt Hij zeggen: “Ik vergeef je”. In de genade van onze
bedevaart wil de Heer de ruimte van onze harten verbreden, Hij wil dat langs ons, vergeven
zondaars, een door de liefde verzoende familie wordt geboren.

Wij worden uitgenodigd een bijzonder teken te stellen: hetzelfde als Maria aan Bernadette
heeft gevraagd en dat een schandaal was voor de eerste getuigen: onze handen in de modder
steken, eventueel onze gezicht vuil maken, drinken…

Daarna laten wij ons door een van onze broeders of zusters wassen. Wij worden door elkaar
gezuiverd, genezen. Het is immers door het hart van de andere dat het Hart van God ons
raakt. En het is langs het zich liefdevol toevertrouwen aan het Hart van de Heer dat wij het
hart van onze medemensen raken.

De tekens van Bernadette zijn niet echt nieuw: het Evangelie van Jezus gaat ons voor op de
weg van de bekering, om ons te laten de stap zetten van de ellende van de zonde naar een
verzoend leven in de rijkdom van zijn liefde.

Alleluja

Johannes
Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes (Joh 9,1-3.6-9.13-17.34-38)

Jezus liep verder en zag een man die al sedert zijn geboorte blind was. Zijn leerlingen vroegen:
‘Meester, heeft deze man zelf gezondigd of is hij blind geboren doordat zijn ouders gezondigd
hebben?’ ‘Nee,’ antwoordde Jezus. ‘Het heeft niets te maken met zijn zonden of die van zijn ouders.
Maar door hem van zijn blindheid te genezen, toont God zijn macht.

Daarna spuugde Hij op de grond en maakte met zijn speeksel wat modder. Dat deed Hij op de ogen
van de blinde man en zei: ‘Ga u wassen in de vijver van Siloam.’ Siloam betekent ‘Gezondene’. De
man ging er heen en waste zich. Toen hij terugkwam, kon hij zien.
Zijn buren en de mensen die hem vroeger als bedelaar hadden gekend, waren verbaasd.
‘Dat is toch de blinde man die altijd zat te bedelen?’ vroegen zij. ‘Inderdaad!’ zeiden sommigen.
‘Nee,’ zeiden anderen, ‘het is iemand die op hem lijkt.’
‘Ik ben het echt!’ riep de man uit.

Zij brachten hem naar de Farizeeën, want het was sabbat toen Jezus de ogen van de man genas.
De Farizeeën vroegen de man ook hoe het kwam dat hij kon zien.
Hij antwoordde: ‘Hij deed wat modder op mijn ogen. Daarna heb ik mij gewassen en nu kan ik zien.’
Enkele Farizeeën zeiden: ‘Die Jezus is niet door God gestuurd. Anders zou Hij niet op de sabbat
werken.’ ‘Maar,’ brachten anderen er tegenin, ‘een slecht mens zou zulke goede dingen toch niet
doen?’ De meningen waren verdeeld.
Zij vroegen de man die blind was geweest: ‘En u? Wat zegt u van Hem? Per slot van rekening waren
het uw ogen die Hij genas.’ ‘Hij is een profeet,’ antwoordde de man.
De leiders werden kwaad en zeiden: ‘U bent zelf een zondaar! U moet niet denken dat u ons de les
kunt lezen!’ En zij joegen hem weg.

Jezus hoorde wat er met de man gebeurd was. Hij zocht hem op en vroeg: ‘Gelooft u in de
Mensenzoon?
De man antwoordde: ‘Ik weet niet wie dat is, Heer. Anders zou ik in Hem geloven.
’Ik ben het,’ antwoordde Jezus.
Ja, Heer,’ zei de man, ‘ik geloof.’ En hij knielde voor Jezus neer.
Dit is het woord van de Heer

Bernadette heeft geen schrik van de modder. Zij zal nooit de armoede en de ellende vergeten. Zij zal
sterven met deze woorden: “Bid voor mij, arme zondares…”

Maar Bernadette zal nooit de blik van Maria vergeten: zij weet dat er in haar een onbevlekt deel
schuilt, dat nooit door de zonde of de dood zal vernietigd worden. Waar wij ons als zondaars
erkennen, komt de barmhartigheid, de vergeving van God ons tegemoet en worden wij herboren.

Het is de genade van het vertrouwen die ons in staat stelt tot het Sacrament van de Verzoening te
naderen. Solidair in de ellende en de zonde van de wereld, delen wij de vreugde mee van de bron
van levend water die ons om niet wordt gegeven.

Indien men in groep naar de Grot kan gaan om zich te wassen, dan kan men deze demarche
verder zetten door een kaars te dragen naar de kapel van het licht. Zo brengt men de twee
tekens van het nieuwe leven samen: het water en het licht, die ons aan onze doop herinneren.

“O Armoede, bron van rijkdom… Jezus, geef ons het hart van een arme!”
(Refrein van Taizé)

Indien men ter plaatse blijft na de handen in de modder te hebben gestoken, dan is het mooi
zich te wassen met het water dat men van een medemens ontvangt, die ons zo doet
binnentreden in de genade van de genezing door de steun van een broederlijk leven.

Muziek of meditatief lied, [bijvoorbeeld Uit Jezus’ hart] tijdens de demarche.
Men kan ook de woorden van Bernadette gebruiken, die na de derde etappe worden voorgesteld.

C.1- Uit Jezus hart zag ik het levend water stromen, Alleluja! (bis)
Wie in dit water gereinigd wordt zal leven en hij zal zingen: Alleluja! (bis)
Alleluja! (bis) Alleluja! (bis) Alleluja! (bis) Alleluja! (bis)

C.2- Die kleine bron heb ik zien groeien tot een stroom, Alleluja! (bis)
En Jezus’ Geest die ons leidt en in ons woont, Bidt in ons hart, Alleluja! (bis)
Alleluja! (bis) Alleluja! (bis) Alleluja! (bis) Alleluja! (bis)

(Derde etappe. De kapel bouwen, in processie komen.)

Bernadette ontvangt de opdracht aan de priesters te gaan zeggen dat men een kapel moet bouwen
en er in processie naartoe moet komen. Indien wij de Blijde Boodschap hebben ontvangen, dan
worden wij samen de boodschappers van de liefde die redt en die bevrijdt.

Wij zijn uitgenodigd de priesters wakker te maken,de Kerk wakker te maken, opdat zij kleine kapellen
verwekt, kleine huiskerken, kleine missionaire broederschappen waar men de vreugde deelt van de
Geest die in de wereld aan het werk is, waar men de kracht terugvindt om overal waar we leven het
werk van de Geest voor te bereiden en te volgen.

In Lourdes ontdekken wij de vreugde van een Kerk – Familie, van wie de moeder en het model Maria
is, die zich de “Onbevlekte Ontvangenis” noemde, de heel transparante van een Leven, van een
Liefde die in haar vlees wordt en die zij aan de wereld geeft. Maria zegt haar naam op 25 maart, de
dag waarop Jezus in haar schoot begint te bestaan. Wat geboren wordt is klein, wat gebiren wordt,
wordt ons als heel klein toevertrouwd.

Bernadette herinnert het zich en in een brief van 22 augustus 1864 schrijft ze: “Ze had blauwe ogen”,
de kleur van de geboorte.

Wij zijn uitgenodigd om thuis contact te zoeken met kleine broederschappen, die ons zullen helpen om
de aanwezigheid van God in ons leven te ontdekken en er van te getuigen: bijbelgroepen,
gebedsgroepen, missionaire groepen… Kijk wat er bestaat, vraag om de genade van de Geest: Hij zal
helpen te doen ontstaan wat er nog niet is.

Met Bernadette vragen wij de genade om elke dag te leven als nieuwgeboren kinderen, herboren in het
leven van een gedoopte, in het leven als kind van God: de dubbele genade van de nederigheid en van
het vertrouwen.

(Deze woorden van Bernadette kunnen worden gebruikt om de derde etappe te begeleiden,
maar ook tijdens het teken met het water.)

Tijdens de maand mei 1866, vooraleer Lourdes voor Nevers te verlaten, schrijft Bernadette een
gebed dat zij elke dag van haar leven zal bidden om de nederigheid te vragen, het “Gebed tot de
koningin van de Hemel”:

Gebed tot de Koningin van de Hemel :

Wat was mijn ziel gelukkig, o goede Moeder,
toen ik het geluk had u te aanschouwen!
Hoezeer houd ik er aan mij die momenten te herinneren
beleefd onder uw blik van goedheid en barmhartigheid voor ons.
Ja, tedere Moeder, u daalde neer tot op de aarde
om te verschijnen aan een zwak kind en het, ondanks zijn grote onwaardigheid,
enkele zaken mee te delen.
Wat een toonbeeld van nederigheid!
U, Koningin van Hemel en aarde,
hebt willen gebruik maken van wat het zwakste is volgens de wereld.
O Maria, geef aan haar die durft zeggen uw kind te zijn deze kostbare deugd van nederigheid.
Maak dat uw kind u navolgt in alles en voor alles,
in één woord, dat ik een kind ben naar uw Hart en naar dat van uw dierbare Zoon.

Om ons ook te verenigen in het gebed van Bernadette, om deel te worden van de familie van Maria,
om kind van God te worden en broer of zus van Jezus, laten wij ons meevoeren op de weg van het
eenvoudig geloof, van het verborgen leven in het alledaagse van het Sint-Gildardklooster van Nevers.
Wij lezen van bij de eerste lijnen van haar Persoonlijke Notities:

Wij vinden het Kruis terug dat onze weg inleidde, maar altijd met Jezus. Een marteltuig kan de steun
worden van een steeds sterkere liefde.

Persoonlijke notities (Bernadette SOUBIROUS)

Mijn eigen belangen zijn niet langer belangrijk voor mij: ik moet nu helemaal aan God toebehoren, en
alleen aan God. Nooit aan mijzelf.

Ik wil geen moment meer leven zonder te beminnen. Voor wie bemint gebeurt alles zonder moeite,
ofwel bemint hij de moeite.

O Maria, mijn tedere Moeder, zie naar uw kind dat niet meer verder kan; kijk naar mijn noden en
vooral naar mijn geestelijke wanhoop; heb medelijden met mij, maak dat ik op een dag bij u in de
hemel ben.

Ik was niets, en van dat niets heeft Jezus iets groots gemaakt. Ja, want in zekere zin ben ik een God
door de heilige communie. Jezus geeft mij zijn Hart, ik ben dus één van hart met Jezus, bruid van
Jezus, vriendin van Jezus, een andere Jezus eigenlijk. Ik moet dus vanuit Jezus leven. Mijn doel moet
dat van Jezus zelf zijn. Een subliem einde!

Toen heb ik mijn ogen opgeheven en ik zag alleen nog Jezus!
Jezus, mijn enige Doel,
Jezus, mijn enige Meester,
Jezus, mijn enige Model,
Jezus, mijn enige Gids,
Jezus, mijn enige Vreugde,
Jezus, mijn enige Rijkdom,
Jezus, mijn enige Vriend!

(Finale)

De engel is niet bij Maria in Nazaret gebleven. De verschijningen zijn voor Bernadette niet blijven
duren: zij kon Lourdes verlaten voor het alledaagse leven in Nevers; Maria begaf zich op weg naar
haar nicht Elisabet. Ook wij vertrekken, gevoed door het Evangelie dat ons werd toevertrouwd, dragers
van het leven van Jezus voor de wereld.

Wij zingen het danklied van Maria, het Magnificat van de hoop.

R/ Magnificat, magnificat anima mea Dominum.
C.1- Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt wordt mijn geest door God, mijn verlosser. R/

C.2- Behoeftigen schenkt Hij overvloed:
maar rijken gaan heen met lege handen. R/